Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Jesaja 9:3
(9:2) U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf u het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Jesaja 10:22
Want, Israël, al was je volk zo talrijk als zandkorrels aan de zee, slechts een rest zal terugkeren. Je vernietiging staat vast en de gerechtigheid zal overvloedig zijn.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Genesis 12:2
Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Genesis 13:16
En ik zal je zoveel nakomelingen geven als er stof op de aarde is: ze zullen even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Deuteronomium 28:64
want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Johannes 13:31
Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door hem de grootheid van God.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Nehemia 9:23
Hun kinderen maakte u zo talrijk als de sterren aan de hemel, en u bracht hen naar het land waarvan u hun voorouders had gezegd dat ze het in bezit moesten nemen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Jesaja 60:21
Je volk telt enkel nog rechtvaardigen, zij zullen het land voorgoed bezitten. Zij zijn de eerste scheuten van wat ik heb geplant, ik heb hen gemaakt om mijn luister te tonen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Jeremia 30:19
Dansend komen de mensen naar buiten, met een lofzang op de lippen. Ik doe het volk in aantal toenemen, het neemt niet meer in aantal af. Ik geef het aanzien, het wordt niet langer veracht.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Johannes 17:1
Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Johannes 15:8
De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Deuteronomium 28:25
De HEER zal de overwinning aan uw vijanden schenken: als één man gaat u op hen af, maar naar alle kanten zult u uiteenstuiven. Voor alle koninkrijken op aarde zult u als afschrikwekkend voorbeeld gelden.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Ezechiel 5:12
Een derde deel van je inwoners, Jeruzalem, zal binnen je muren sterven door de pest en de honger, een derde deel zal daarbuiten vallen door het zwaard en een derde deel zal ik in alle windrichtingen verstrooien en met het zwaard achtervolgen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Openbaring 11:15
Toen blies de zevende engel op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: 'Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid.'
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
1 Koningen 8:46
Wanneer ze tegen u zondigen-er is immers geen mens die niet zondigt-en u hen uit woede uitlevert aan vijanden die hen gevangennemen en meevoeren naar hun land, hetzij ver weg of dichtbij,
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Jeremia 32:37
Ik zal de inwoners samenbrengen uit alle landen waarheen ik ze in mijn grote woede en toorn verdreven heb, ze terugbrengen naar deze stad en ze er in vrede laten wonen.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Deuteronomium 4:27
De HEER zal u uiteenjagen en u wegvoeren naar vreemde volken, waar maar een klein aantal van u zal overblijven.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
Johannes 12:23
Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
2 Koningen 17:6
In het negende regeringsjaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in. Hij voerde de Israëlieten als ballingen mee naar Assyrië. Sommigen wees hij een woonplaats aan in Chalach, anderen aan de rivier de Chabor in Gozan, en weer anderen in de steden van Medië.
Gerelateerd aan Jesaja 26:15
2 Koningen 23:27
Hij zei: 'Zoals ik Israël verstoten heb, zo zal ik ook Juda verstoten. En Jeruzalem, de stad die ik had uitverkozen, zal ik verwerpen, evenals de tempel waarvan ik heb gezegd dat daar mijn naam zou wonen.'
1
2