Gerelateerd aan Titus 2:4-5

Gerelateerd aan Titus 2:4

1 Timotheüs 5:14

Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, het huishouden regelen en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken.
Gerelateerd aan Titus 2:4

1 Timotheüs 5:2

oude vrouwen als moeders en jonge vrouwen als zusters-en dit in alle zuiverheid.
Gerelateerd aan Titus 2:4

1 Timotheüs 5:11

Wijs jongere weduwen af. Wanneer hun hartstocht hen van Christus vervreemdt, zullen ze weer willen trouwen,
Gerelateerd aan Titus 2:5

Spreuken 31:10

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen.
Gerelateerd aan Titus 2:5

Kolossensen 3:18

Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer.
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Timotheüs 5:10

en bekendstaan om hun goede daden, kinderen hebben opgevoed, gastvrij zijn geweest, gelovigen de voeten hebben gewassen en zich hebben ingezet voor verdrukten, die, kortom, allerlei goede daden hebben verricht.
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Petrus 3:1

Voor u, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man. Dan zullen mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen,
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Timotheüs 5:13

Bovendien zullen ze er een gewoonte van maken hun tijd te verdoen door overal op bezoek te gaan; en dat niet alleen, in hun bemoeizucht praten ze ook over dingen die geen pas geven.
Gerelateerd aan Titus 2:5

Efeze 5:33

Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.
Gerelateerd aan Titus 2:5

Genesis 3:16

Tegen de vrouw zei hij: ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Timotheüs 6:1

Wie het slavenjuk draagt, moet zijn meester hoogachten, zodat Gods naam en de leer niet worden bespot.
Gerelateerd aan Titus 2:5

Efeze 5:22

Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer,
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Korinthe 11:3

Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus.
Gerelateerd aan Titus 2:5

Handelingen 9:36

In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen.
Gerelateerd aan Titus 2:5

1 Timotheüs 2:11

Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen;
Gerelateerd aan Titus 2:5

Spreuken 7:11

Ongedurig en losbandig, als iemand die in huis geen rust vindt,
Gerelateerd aan Titus 2:5

Psalmen 74:10

Hoe lang nog, God, zal de tegenstander u bespotten? Zal de vijand uw naam voor altijd beschimpen?
Gerelateerd aan Titus 2:5

Genesis 18:9

‘Waar is Sara, uw vrouw?’ vroegen zij hem. ‘Daar, in de tent, ‘antwoordde hij.
Gerelateerd aan Titus 2:5

2 Samuel 12:14

Maar omdat u de vijanden van de HEER aanleiding hebt gegeven tot laster, moet wel uw pasgeboren zoon sterven.'
Gerelateerd aan Titus 2:5

Genesis 16:8

‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres, ‘antwoordde ze.
1
2
Volgende