Gerelateerd aan Handelingen 2:29, 31

Gerelateerd aan Handelingen 2:29

Handelingen 13:36

Wat David betreft, hij is, nadat hij de mensen uit zijn eigen tijd had gediend, overeenkomstig Gods wil gestorven en met zijn voorouders verenigd; hij is tot ontbinding overgegaan,
Gerelateerd aan Handelingen 2:29

Hebreeën 7:4

Geef u rekenschap van zijn grootheid: Abraham, de aartsvader, gaf hem een tiende van wat hij had buitgemaakt.
Gerelateerd aan Handelingen 2:29

Handelingen 7:8

God sloot met Abraham het verbond van de besnijdenis, en daarom besneed Abraham zijn zoon Isaak, acht dagen na diens geboorte, en Isaak deed hetzelfde met Jakob, en Jakob met de twaalf stamvaders.
Gerelateerd aan Handelingen 2:29

1 Koningen 2:10

David stierf en werd begraven in de Davidsburcht.
Gerelateerd aan Handelingen 2:29

Nehemia 3:16

Verderop werkte Nechemja, de zoon van Azbuk en het hoofd van de ene helft van het district Bet-Sur, tot tegenover de graven van David, en verder tot aan het aangelegde waterbekken en het Huis van de Helden.
Gerelateerd aan Handelingen 2:29

Handelingen 26:26

Bovendien weet de koning waarover het gaat, en daarom kan ik vrijuit tegen hem spreken. Ik denk niet dat iets hiervan hem is ontgaan, het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld.
Gerelateerd aan Handelingen 2:31

Handelingen 2:27

want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
Gerelateerd aan Handelingen 2:31

Psalmen 16:10

U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.
Gerelateerd aan Handelingen 2:31

Handelingen 13:35

In verband hiermee wordt in een andere psalm gezegd: “Het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.”
Gerelateerd aan Handelingen 2:31

1 Petrus 1:11

Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden Christus' Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen.