Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Leviticus 18:22

Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

2 Timotheüs 4:3

Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Judas 1:7

En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Titus 1:9

En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Romeinen 1:26

Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke,
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Openbaring 21:27

Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Openbaring 22:15

Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

1 Timotheüs 6:3

Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof,
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Galaten 5:19

Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid,
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

1 Korinthe 6:9

Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders,
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

2 Timotheüs 1:13

Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Markus 7:21

Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord,
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Leviticus 20:13

Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Hebreeën 13:4

Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Openbaring 18:13

kaneel en kardemom, reukwerk en balsem, wierook, wijn en olijfolie, meel en tarwe, runderen en schapen, paarden en wagens, slaven en lijfeigenen.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Efeze 5:3

Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Genesis 19:5

‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Johannes 8:44

Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Openbaring 21:8

Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.'
Gerelateerd aan 1 Timotheüs 1:10

Exodus 21:16

Wie iemand ontvoert, moet ter dood gebracht worden, of hij de ander nu als slaaf verkocht heeft of hem nog in zijn bezit heeft.
1
2
Volgende