Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Psalmen 34:10
(34:11) Jonge leeuwen lopen hongerig rond, wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Spreuken 10:3
De HEER laat een rechtvaardige geen honger lijden, hij geeft niet toe aan de begeerte van een goddeloze.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
1 Timotheüs 4:8
Oefening van het lichaam heeft wel enig nut, maar het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt voor dit leven en het leven dat komen zal.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Deuteronomium 32:24
Honger zal hen uitmergelen, de pest hen verteren, ziekten zullen hen te gronde richten. Ik geef hen ten prooi aan wilde dieren, giftige slangen laat ik hen bijten.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Spreuken 6:11
Armoede overvalt je als een struikrover, gebrek slaat je neer als een bandiet.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Hebreeën 13:5
Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Spreuken 24:34
Armoede overvalt je als een struikrover, als een bandiet slaat gebrek je neer.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Psalmen 37:16
Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan de rijkdom van talloze zondaars.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Psalmen 37:3
Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Jesaja 65:13
Daarom-dit zegt God, de HEER: Mijn dienaren zullen eten, maar jullie zullen honger lijden; mijn dienaren zullen drinken, maar jullie zullen dorst lijden; mijn dienaren zullen zich verheugen, maar jullie zullen te schande staan;
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Deuteronomium 28:48
zult u de vijand die de HEER op u afstuurt moeten dienen, en dat zal gepaard gaan met honger en dorst, met een tekort aan kleding, met gebrek aan alles. U krijgt een loodzwaar juk opgelegd, tot er niemand meer over is.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
Psalmen 37:18
De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan, hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Gerelateerd aan Spreuken 13:25
2 Thessalonicensen 3:10
Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten.