Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Ezechiel 44:7
Jullie hebben vreemdelingen, onbesneden van hart en van lichaam, in mijn heiligdom toegelaten en zo is mijn tempel ontwijd. Jullie hebben mij vet en bloed als voedsel aangeboden, maar met al jullie wangedrag het verbond met mij verbroken.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Handelingen 7:51
Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Jeremia 4:4
Laat je besnijden voor de HEER, ontdoe je van de voorhuid van je hart, inwoners van Juda en Jeruzalem. Anders slaat zijn toorn uit als een vuur, een brand die niet te blussen is, vanwege jullie kwalijke praktijken.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Jeremia 9:25
Egypte, Juda, Edom, Ammon, Moab en al die woestijnbewoners met hun kaalgeschoren slapen. Want al die volken zijn net als Israël onbesneden van hart.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
2 Kronieken 32:26
Maar omdat Jechizkia het hoofd boog en zijn trots liet varen, en de inwoners van Jeruzalem met hem, heeft de toorn van de HEER hen niet getroffen zolang Jechizkia leefde.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Kolossensen 2:11
In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
1 Koningen 21:29
'Heb je gezien hoe Achab zich voor mij vernedert? Omdat hij berouw toont, zal ik het onheil over zijn koningshuis niet tijdens zijn leven voltrekken, maar tijdens het leven van zijn zoon.'
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Deuteronomium 30:6
De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
2 Kronieken 12:6
Hierop bogen de koning en de leiders van Israël het hoofd en zeiden: 'De HEER is rechtvaardig.'
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Ezechiel 20:43
Daar zullen jullie denken aan de daden waarmee je jezelf onrein hebt gemaakt. Jullie zullen van jezelf walgen vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
2 Kronieken 33:12
Toen Manasse zo in het nauw gedreven was, probeerde hij de HEER, zijn God, mild te stemmen door zich voor de God van zijn voorouders te verootmoedigen.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Jeremia 6:10
Ik zei: ‘Tegen wie moet ik spreken, wie luistert naar mijn waarschuwing? Hun oren zitten dicht, niets merken ze op. De woorden van de HEER bespotten ze, ze hebben er een afkeer van.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Filippensen 3:3
Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf,
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Galaten 5:6
In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Daniel 9:7
U, Heer, staat in uw recht, maar tot op deze dag staat de schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen waarheen u hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens u.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Psalmen 51:3
(51:5) Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Ezra 9:15
HEER, God van Israël, u bent rechtvaardig, want wij zijn ontkomen, wij zijn overgebleven tot op deze dag. Schuldig staan wij hier voor u-hoe kunnen we u zo onder ogen komen?'
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Nehemia 9:33
U handelde rechtvaardig bij alles wat ons overkomen is, u bent betrouwbaar en wij zijn het die verkeerd handelden.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
Exodus 10:3
Mozes en Aäron gingen naar de farao en zeiden: 'Dit zegt de HEER, de God van de Hebree ën: Hoe lang blijft u nog weigeren u aan mij te onderwerpen? Laat mijn volk gaan om mij te vereren.
Gerelateerd aan Leviticus 26:41
2 Kronieken 33:23
Maar hij verootmoedigde zich niet voor de HEER, zoals zijn vader Manasse gedaan had. Integendeel, hij, Amon, laadde nog veel meer schuld op zich.
1
2