Gerelateerd aan Jozua 1:18
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Lukas 19:27
En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen.”’
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Jozua 1:6
Wees vastberaden en standvastig, want jij moet dit volk leiden wanneer ze het land veroveren dat ik hun zal geven, zoals ik hun voorouders gezworen heb.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Ezra 10:4
Sta op, Ezra, het is aan u dit af te handelen. Wij staan achter u. Treed krachtig op!'
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Hebreeën 12:25
Let op dat u hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Efeze 6:10
Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Hebreeën 10:28
Voor wie de wet van Mozes naast zich neerlegt is er geen pardon; wanneer er ten minste twee getuigen een verklaring tegen hem afleggen, moet hij sterven.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Deuteronomium 17:12
Degene die de euvele moed heeft om de woorden van de rechter of van de priester die daar voor de HEER, uw God, dienst doet in de wind te slaan, moet ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Psalmen 2:1
Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
1 Korinthe 16:13
Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Jozua 1:9
Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.'
Gerelateerd aan Jozua 1:18
Romeinen 13:1
Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld.
Gerelateerd aan Jozua 1:18
1 Samuel 11:12
Na afloop zeiden de Israëlieten tegen Samuël: 'Wie heeft gezegd: "Moet Saul onze koning zijn?" Lever die mannen aan ons uit, dan zullen we ze ter dood brengen.'