Gerelateerd aan Johannes 4:6-7

Gerelateerd aan Johannes 4:6

Hebreeën 4:15

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Mattheüs 4:2

Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Mattheüs 8:24

Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Hebreeën 2:17

Daarom moest hij in alles gelijk worden aan zijn broeders en zusters; alleen dan zou hij in aangelegenheden tussen God en zijn volk een barmhartige en betrouwbare hogepriester zijn, die verzoening bewerkt voor hun zonden.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Johannes 11:9

Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld,
Gerelateerd aan Johannes 4:6

2 Korinthe 8:9

Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Lukas 9:58

Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Mattheüs 27:45

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield.
Gerelateerd aan Johannes 4:6

Lukas 2:7

en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.
Gerelateerd aan Johannes 4:7

Mattheüs 10:42

En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’
Gerelateerd aan Johannes 4:7

Johannes 4:10

Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’
Gerelateerd aan Johannes 4:7

Genesis 24:43

Ik sta hier bij deze bron. Als er nu een jonge vrouw de stad uit komt om water te putten en ik vraag haar: ‘Wil je me alsjeblieft een beetje water uit je kruik geven,‘
Gerelateerd aan Johannes 4:7

1 Koningen 17:10

Elia ging op weg naar Sarefat, en toen hij bij de stadspoort aankwam, zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water voor hem wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen.
Gerelateerd aan Johannes 4:7

2 Samuel 23:15

Op een keer, toen hij smachtte van dorst, verzuchtte David: 'Wie geeft me wat te drinken uit de waterput in de poort van Betlehem?'
Gerelateerd aan Johannes 4:7

Johannes 19:28

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’