Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Amos 8:10
Ik zal jullie feesten veranderen in rouw, jullie liederen in klaagzangen; om jullie heupen gord ik een rouwkleed, en jullie hoofden scheer ik kaal. Jullie zullen treuren als om de dood van een enig kind, en die dag zal eindigen in bitterheid.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Jesaja 15:2
Dibon trekt op naar de tempel en heft op de offerhoogten een weeklacht aan,Moab jammert over de Nebo en over Medeba. Ieder hoofd is kaalgeschoren, elke baard is afgeknipt.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Ezechiel 27:31
ze zullen zich kaalscheren om jou, zich met een rouwkleed omgorden en bitter over je wenen, in een bittere rouwklacht.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Job 21:6
Als ik aan dit alles denk, grijpt angst mij aan en siddert heel mijn lichaam.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Jesaja 3:24
Dan zal er stank zijn in plaats van balsemgeur en zullen er touwen zijn in plaats van gordels; kale schedels en geen fraaie kapsels, grove rouwkledij en geen mooie feestgewaden. Dit alles vervangt de schoonheid.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Jeremia 48:37
Ieder zal een rouwkleed dragen, elk hoofd zal worden kaalgeschoren, elke baard zal worden afgeknipt, elke hand zal zijn gekerfd.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Psalmen 35:26
Dat beschaamd staan en vernederd wie zich verheugen op mijn ondergang. Dat met schaamte en schande bedekt worden wie zich boven mij verheffen.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Genesis 15:12
Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel Abram in een diepe slaap. Opeens werd hij overweldigd door angst en diepe duisternis.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Openbaring 6:15
Koningen, machthebbers, legeraanvoerders, rijken, aanzienlijken, slaven en vrije mensen, iedereen trachtte zich te verbergen in grotten en tussen de rotsen in de bergen.
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Psalmen 55:4
(55:5) Mijn hart krimpt in mijn binnenste, doodsangst heeft mij bevangen,
Gerelateerd aan Ezechiel 7:18
Jeremia 3:25
Laten we ons neerwerpen in schande, laat schaamte ons bedekken. Tegen de HEER, onze God, hebben wij en onze voorouders gezondigd, vanaf onze jeugd, tot op de dag van vandaag. Wij hebben niet geluisterd naar de HEER, onze God.”