Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Ezechiel 8:3

Hij strekte iets uit dat de vorm had van een hand en pakte me bij mijn haren beet. In dit goddelijk visioen tilde de geest me op, tussen hemel en aarde, en bracht me naar Jeruzalem, naar de ingang van de noordelijke binnenpoort, waar het afschuwelijke godenbeeld staat dat de woede van de HEER wekt.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Ezechiel 3:1

De stem zei tegen mij: 'Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden; eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren.'
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Daniel 10:10

Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Openbaring 5:1

Toen zag ik dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Openbaring 10:8

Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen me: 'Haal de geopende boekrol die de engel die op de zee en het land staat in zijn hand heeft.'
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Daniel 5:5

Terwijl ze dat deden verschenen er vingers van een mensenhand die iets op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, precies tegenover de luchter, zodat de schrijvende hand goed zichtbaar was voor de koning.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Jeremia 36:2

‘Neem een boekrol en schrijf daarin alles wat ik je gezegd heb over Israël, Juda en de andere volken sinds ik in de tijd van koning Josia voor het eerst tot je sprak.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Jeremia 1:9

En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond.
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Hebreeën 10:7

Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik, ”want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’
Gerelateerd aan Ezechiel 2:9

Daniel 10:16

Toen raakte de menselijke gedaante mijn lippen aan. Ik opende mijn mond en begon te spreken. Ik zei tegen degene die voor me stond: 'Mijn heer, door het visioen verkrampt mijn lichaam, mijn kracht verlaat me.