Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 16:32
Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad veroveren.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 14:29
Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Kolossensen 3:12
Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Jakobus 1:19
Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 15:18
Een driftkop wakkert ruzie aan, wie kalm is sust een twistgesprek.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 12:16
Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede, wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Efeze 4:32
Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Romeinen 12:18
Stel, voorzover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Mattheüs 18:21
Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 20:3
Het strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden, een dwaas stort zich in een woordenstrijd.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Mattheüs 5:44
En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen,
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Genesis 50:15
Nu hun vader er niet meer was, zeiden Jozefs broers tegen elkaar: ‘Als Jozef zich nu maar niet tegen ons keert en zich wreekt voor alle ellende die wij hem hebben aangedaan.’
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 17:14
Wie een ruzie begint, ontketent een stortvloed; staak de strijd voordat hij losbarst.
Gerelateerd aan Spreuken 19:11
Spreuken 25:21
Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.