Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
1 Korinthe 15:33
Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Spreuken 9:6
Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.'
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Spreuken 15:31
Wie luistert naar de lessen van het leven schaart zich onder de wijzen.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
2 Korinthe 6:14
Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken?
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Openbaring 18:4
Toen hoorde ik een andere stem uit de hemel zeggen: 'Ga weg uit die stad, mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Psalmen 119:63
Ik ben een vriend van allen die u vrezen en zich houden aan uw regels.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Maleachi 3:16
Zo spraken de mensen die ontzag voor de HEER hadden tegen elkaar, en de HEER hoorde het en luisterde aandachtig. In zijn bijzijn werden in een boek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor de HEER hadden, die zijn naam hoogachtten.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Hebreeën 10:24
Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen,
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Spreuken 7:27
Haar woning is de toegang tot het dodenrijk, van daar daal je af tot in de kamers van de dood.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Spreuken 7:22
en zonder na te denken liep hij achter haar aan. Zoals een os die naar de slachtbank gaat bleef die dwaas aan haar geketend-
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Spreuken 2:12
om je af te houden van verkeerde wegen, om je te beschermen tegen leugenaars,
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Genesis 13:12
Abram bleef in Kanaän wonen, maar Lot sloeg zijn tenten op bij de steden in de vallei. Zijn woongebied strekte zich uit tot aan Sodom;
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Handelingen 2:42
Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
1 Koningen 12:10
De jongemannen zeiden tegen hem: 'Het volk heeft je gevraagd om het te ontlasten van het zware juk dat je vader het heeft opgelegd. Welnu, zeg tegen hen: "Mijn pink is dikker dan het lid van mijn vader!
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
1 Koningen 12:8
Maar hij legde de raad van de oudsten naast zich neer en raadpleegde de jongemannen die met hem waren opgegroeid en die hem nu ter zijde stonden:
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Genesis 14:12
Ook Lot, de zoon van Abrams broer, voerden ze weg, met al zijn bezittingen; Lot woonde namelijk in Sodom.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
1 Koningen 22:4
Hij vroeg aan Josafat of deze met hem mee ten strijde wilde trekken tegen Ramot in Gilead, en Josafat antwoordde: 'U en ik zijn één; mijn leger is uw leger, mijn paarden zijn uw paarden.'
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
2 Kronieken 19:2
De ziener Jehu, de zoon van Chanani, ging de koning tegemoet en zei tegen hem: 'U vond het nodig degenen die de HEER afwijzen te helpen en degenen die hem haten lief te hebben. Daarom hebt u de toorn van de HEER over u afgeroepen.
Gerelateerd aan Spreuken 13:20
Hooglied 1:7
Zeg mij toch, mijn allerliefste, waar laat jij je kudde weiden, waar laat jij die 's middags rusten? Laat me toch niet dwalend langs de kudden van je vrienden gaan.