Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Spreuken 21:15

De rechtvaardige geniet ervan het recht in acht te nemen, wie onrecht doet, wacht ellende.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Psalmen 37:20

De zondaars zullen ten onder gaan, de vijanden van de HEER verdwijnen als bloemen in het veld, verdwijnen als rook.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Mattheüs 7:22

Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Psalmen 1:6

De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen, de weg van de wettelozen loopt dood.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Jesaja 40:31

maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Lukas 13:26

Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Psalmen 92:7

(92:8) dat de wettelozen als onkruid gedijen en de onrechtvaardigen bloeien alleen om te worden verdelgd, voor altijd.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Filippensen 4:13

Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Romeinen 2:8

Maar wie handelt uit geldingsdrang, de waarheid niet eerbiedigt en zich laat leiden door onrecht, straft hij met zijn toorn en woede.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Psalmen 36:12

(36:13) Daar liggen zij die verderf zaaiden-gevallen, neergestoten, zonder kracht om op te staan.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Zacharia 10:12

Met mijn hulp zullen ze onoverwinnelijk zijn, en zij zullen optrekken in mijn naam-zo spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Psalmen 84:7

(84:8) Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen.
Gerelateerd aan Spreuken 10:29

Job 31:3

Wacht de boosdoener geen rampspoed, treft het ongeluk niet hen die onrecht doen?