Gerelateerd aan Ruth 1:8-9
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Ruth 2:20
Toen zei Noömi tegen haar schoondochter: 'Moge de HEER hem zegenen, want hij heeft trouw bewezen aan de levenden en aan de doden.' En ze vervolgde: 'Hij is een naaste verwant van ons en kan daarom zijn rechten als losser laten gelden.'
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Ruth 1:5
stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Kolossensen 3:18
Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer.
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Efeze 5:22
Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer,
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Kolossensen 3:24
want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen-uw meester is Christus!
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Jozua 24:15
Wanneer u daar niet toe bereid bent, kies dan nu wie u wel wilt dienen: de goden van uw voorouders ten oosten van de Eufraat of de goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont. In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.'
Gerelateerd aan Ruth 1:8
2 Timotheüs 1:16
Moge de Heer zich ontfermen over de huisgenoten van Onesiforus, want hij heeft mij vaak opgemonterd en zich niet voor mijn gevangenschap geschaamd.
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Efeze 6:2
'Toon eerbied voor uw vader en moeder, 'dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is:
Gerelateerd aan Ruth 1:8
Lukas 14:25
Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen en zei:
Gerelateerd aan Ruth 1:9
Ruth 3:1
Op een dag zei Noömi, haar schoonmoeder: 'Mijn dochter, zal ik niet een thuis voor je zoeken waar het je goed zal gaan?
Gerelateerd aan Ruth 1:9
Genesis 27:27
Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem. Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de HEER heeft gezegend.
Gerelateerd aan Ruth 1:9
Genesis 29:11
Daarna kuste hij Rachel, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet.
Gerelateerd aan Ruth 1:9
Genesis 45:15
Jozef kuste al zijn broers, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet. Pas toen waren zijn broers in staat iets tegen hem te zeggen.
Gerelateerd aan Ruth 1:9
Handelingen 20:37
Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem.