Gerelateerd aan Ruth 1:8-11

Gerelateerd aan Ruth 1:8

Ruth 2:20

Toen zei Noömi tegen haar schoondochter: 'Moge de HEER hem zegenen, want hij heeft trouw bewezen aan de levenden en aan de doden.' En ze vervolgde: 'Hij is een naaste verwant van ons en kan daarom zijn rechten als losser laten gelden.'
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Ruth 1:5

stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Efeze 5:22

Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer,
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Kolossensen 3:18

Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer.
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Kolossensen 3:24

want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen-uw meester is Christus!
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Jozua 24:15

Wanneer u daar niet toe bereid bent, kies dan nu wie u wel wilt dienen: de goden van uw voorouders ten oosten van de Eufraat of de goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont. In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.'
Gerelateerd aan Ruth 1:8

2 Timotheüs 1:16

Moge de Heer zich ontfermen over de huisgenoten van Onesiforus, want hij heeft mij vaak opgemonterd en zich niet voor mijn gevangenschap geschaamd.
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Efeze 6:2

'Toon eerbied voor uw vader en moeder, 'dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is:
Gerelateerd aan Ruth 1:8

Lukas 14:25

Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen en zei:
Gerelateerd aan Ruth 1:9

Ruth 3:1

Op een dag zei Noömi, haar schoonmoeder: 'Mijn dochter, zal ik niet een thuis voor je zoeken waar het je goed zal gaan?
Gerelateerd aan Ruth 1:9

Handelingen 20:37

Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem.
Gerelateerd aan Ruth 1:9

Genesis 45:15

Jozef kuste al zijn broers, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet. Pas toen waren zijn broers in staat iets tegen hem te zeggen.
Gerelateerd aan Ruth 1:9

Genesis 29:11

Daarna kuste hij Rachel, terwijl hij zijn tranen de vrije loop liet.
Gerelateerd aan Ruth 1:9

Genesis 27:27

Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem. Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de HEER heeft gezegend.
Gerelateerd aan Ruth 1:10

Zacharia 8:23

En dit zegt de HEER van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: "Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is."'
Gerelateerd aan Ruth 1:10

Psalmen 119:63

Ik ben een vriend van allen die u vrezen en zich houden aan uw regels.
Gerelateerd aan Ruth 1:10

Psalmen 16:3

Maar tot de goden in dit land, de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
Gerelateerd aan Ruth 1:11

Deuteronomium 25:5

Wanneer twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag zijn weduwe niet de vrouw worden van iemand buiten de familie. Haar zwager moet met haar slapen; hij moet haar tot vrouw nemen en de zwagerplicht tegenover haar vervullen.
Gerelateerd aan Ruth 1:11

Genesis 38:11

Toen zei Juda tegen zijn schoondochter Tamar: ‘Nu je opnieuw weduwe bent, moet je maar weer bij je vader gaan wonen, totdat mijn zoon Sela volwassen is.’ Hij dacht namelijk: Ik moet voorkomen dat hij ook sterft, net als zijn broers. En Tamar ging weer bij haar vader wonen.