Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Lukas 20:20
Ze hielden hem echter in de gaten en stuurden er spionnen op uit die zich als rechtvaardigen moesten voordoen, in de hoop hem op een onwettige uitspraak te betrappen, zodat ze hem konden uitleveren aan de overheid, aan het gezag van de prefect.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
1 Koningen 19:2
Toen liet Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: 'De goden mogen met mij doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat als zij.'
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Psalmen 12:2
(12:3) Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Psalmen 33:10
De HEER doet de plannen van volken teniet, hij verijdelt wat naties beramen,
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
2 Samuel 17:14
Absalom en de Israëlieten vonden de raad van Chusai beter dan die van Achitofel. Zo beschikte de HEER dat het goede krijgsplan van Achitofel werd verijdeld, omdat hij Absalom te gronde wilde richten.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
1 Korinthe 3:19
Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: 'Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.'
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Job 5:12
Hij doorkruist de listen van de sluwen, wat zij ondernemen zal mislukken.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Jeremia 41:5
kwamen er tachtig mannen uit Sichem, Silo en Samaria met afgeschoren baard en gescheurde kleren. Ze hadden hun lichaam gekerfd en hadden graan en wierook bij zich om in de tempel van de HEER te offeren.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Klaagliederen 3:37
Wie is het die spreekt, en het is er? Zou de Heer het niet zijn die gebiedt?
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Spreuken 26:24
Al verbloemt iemand zijn haat met mooie woorden, hij is een en al bedrog.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Mattheüs 26:48
Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus, ‘had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
2 Samuel 15:7
Toen er vier jaar verstreken waren zei Absalom tegen de koning: 'Ik vraag u toestemming om naar Hebron te gaan en de gelofte in te lossen die ik de HEER heb gedaan.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Spreuken 21:30
Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de HEER.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Psalmen 55:11
(55:12) in het hart van de stad heerst rampspoed, het plein is in de greep van terreur en bedrog.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
Ezra 4:1
De tegenstanders van Juda en Benjamin hoorden dat de teruggekeerde ballingen een heiligdom voor de HEER, de God van Israël, aan het bouwen waren.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
2 Koningen 10:18
Daarna liet hij de bevolking van de stad bijeenkomen en zei: 'Achab heeft Baäl maar matig vereerd; Jehu zal hem beter dienen.
Gerelateerd aan Mattheüs 2:8
1 Samuel 23:22
Maar ga eerst nog een keer precies na waar hij zit en wie hem daar gezien heeft, want men heeft me verteld dat hij bijzonder listig te werk gaat.