Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Psalmen 100:3
Erken het: de HEER is God, hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe, zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Maleachi 2:11
Juda heeft trouweloos gehandeld, en in Israël en Jeruzalem heeft men zich gruwelijk misdragen. Juda heeft ontwijd wat de HEER heilig is en wat hij liefheeft; Juda is getrouwd met een vrouw die een vreemde god vereert.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
1 Korinthe 8:6
wij weten: er is ‚‚n God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en ‚‚n Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Efeze 4:6
één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Jesaja 64:8
Laat uw grote toorn toch varen, HEER, houd onze schuld niet steeds in gedachten, maar zie ons aan: wij zijn toch uw volk?
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Jesaja 63:16
U bent toch onze vader? Abraham heeft ons niet gekend en Israël zou ons niet herkennen, maar u, HEER, bent onze vader, van oudsher heet u Onze beschermer.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Johannes 8:41
Maar u doet inderdaad wat úw vader deed!’ Ze zeiden: ‘Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.’
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Jeremia 9:4
De een bedriegt de ander, de waarheid spreken ze niet. Hun tong is afgericht op liegen, ze kunnen niet anders meer.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Exodus 19:5
Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken-want de hele aarde behoort mij toe.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Nehemia 13:29
Vergeet niet, mijn God, dat zij en de Levieten het priesterschap en het priesterlijk verbond dat u met hen hebt gesloten, te schande hebben gemaakt.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Exodus 34:10
De HEER antwoordde: 'Ik wil een verbond sluiten. Voor de ogen van heel je volk zal ik zulke wonderbaarlijke daden verrichten als er onder geen enkel volk op aarde ooit verricht zijn, en het hele volk dat bij jou is, zal zien welke ontzagwekkende dingen ik, de HEER, voor jou zal doen.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Lukas 1:73
de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij,
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Mattheüs 3:9
en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Lukas 3:8
Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Jesaja 44:2
Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft en al in de moederschoot gevormd, en die je ter zijde staat: Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, Jesurun, die ik heb uitgekozen.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
1 Korinthe 6:6
Is het werkelijk nodig dat de een de ander voor het gerecht sleept, en nog wel voor dat van ongelovigen?
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Handelingen 7:26
De volgende dag kwam hij tussenbeide toen twee Israëlieten aan het vechten waren, en hij probeerde hen met elkaar te verzoenen door te zeggen: “Jullie zijn toch broeders? Waarom doen jullie elkaar dan kwaad?”
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Handelingen 7:2
Stefanus antwoordde: ‘Broeders en leden van het Sanhedrin, luister naar wat ik u te zeggen heb. Toen Abraham, de vader van ons volk, nog in Mesopotamië woonde, voordat hij zich in Charan vestigde, verscheen God in al zijn luister aan hem
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Jesaja 51:2
Kijk naar Abraham, jullie vader, naar Sara, die jullie heeft gebaard; toen ik hem riep was hij alleen, maar ik heb hem gezegend en talrijk gemaakt.
Gerelateerd aan Maleachi 2:10
Ezra 9:11
die u ons gegeven hebt bij monde van uw dienaren de profeten, die zeiden: "Het land dat jullie binnengaan en in bezit nemen is een verontreinigd land, bezoedeld door de bevolking van het land met haar gruwelijke gebruiken. Zij hebben het met hun onreinheid gevuld, van het ene einde tot het andere.
1
2
3