Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Jeremia 4:13

Daar doemt de vijand op, als een jagende wolk, zijn wagens razen als een wervelwind, zijn paarden gaan sneller dan adelaars. “Wee ons! Het is met ons gedaan.”
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Job 28:7

De roofvogel kent niet het pad daarheen, het haviksoog ontdekt het niet.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Job 38:41

Wie verschaft de raaf zijn voedsel, wanneer zijn jongen God aanroepen, wanneer ze zonder voedsel rondzwerven?
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Jeremia 48:40

Dit zegt de HEER: De vijand doemt op als een gier, een gier die boven Moab cirkelt.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Klaagliederen 4:19

Sneller dan adelaars in de lucht zijn onze vervolgers, ze jagen op ons in de bergen, beloeren ons in de woestijn.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Mattheüs 24:28

Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Romeinen 3:13

Hun keel is een open graf, hun tong is bedrieglijk, achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Jeremia 4:22

De HEER zegt: ‘Dwaas is mijn volk, het is met mij niet vertrouwd. Het zijn kinderen zonder verstand, inzicht hebben ze niet. Zij zijn wel wijs, maar in het kwaad; tot het goede zijn ze niet in staat.’
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Hosea 8:1

Zet de ramshoorn aan je mond! Gieren cirkelen boven het volk van de HEER, want het heeft het verbond met mij geschonden en is in opstand gekomen tegen mijn wet.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Titus 3:3

Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Habakuk 1:8

Sneller dan panters zijn hun paarden, feller dan wolven in de avond. Hun ruiters komen aangestormd, van verre vliegen ze aan, als arenden duiken ze op hun prooi.
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Job 39:27

Vliegt de gier weg als jij hem beveelt, om zijn nest hoog in de bergen te bouwen,
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Deuteronomium 14:12

De volgende vogels mag u niet eten: de vale gier, de lammergier, de zwarte gier,
Gerelateerd aan Leviticus 11:13

Romeinen 1:28

Omdat ze het beneden hun waardigheid achtten God te erkennen, heeft God hen overgeleverd aan hun eigen onbetrouwbaarheid en doen ze wat verwerpelijk is.