Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Efeze 6:8
want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Lukas 16:1
Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Openbaring 17:14
Ze binden de strijd aan met het lam, maar het lam zal hen overwinnen. Want het lam is de hoogste heer en koning, en wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Leviticus 25:39
Wanneer een van jullie tot armoede vervalt en zichzelf aan jou verpandt, mag je hem niet als slaaf behandelen.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Mattheüs 24:48
Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg,
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Deuteronomium 24:14
Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Prediker 5:8
(5:7) Wanneer je ziet dat in het land de armen worden onderdrukt en het recht en de rechtvaardigheid geschonden, wees dan niet verbaasd. Want een hoge ambtenaar wordt door een hogere beschermd, en zij beiden weer door ambtenaren die nog hoger zijn.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Maleachi 3:5
Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en ik zal niet aarzelen te getuigen tegen tovenaars en echtbrekers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag voor mij-zegt de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Lukas 19:15
Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het geld had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Openbaring 19:16
Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam 'Hoogste Heer en koning'.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Nehemia 5:5
En nu onze akkers en wijngaarden in het bezit van anderen zijn, moeten we onze zonen en dochters als slaaf verkopen. Sommige van onze dochters zijn al slavin. Wij staan machteloos! Maar we zijn toch van hetzelfde vlees en bloed als onze volksgenoten, onze kinderen zijn toch niet minder dan die van hen!'
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Job 31:13
Als ik mijn slaaf of slavin ooit hun recht ontzegd heb wanneer wij van mening verschilden,
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Jakobus 5:4
Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Jakobus 2:13
Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Job 24:11
Midden op de dag staan ze in de wijngaard en treden, door dorst gekweld, de wijnpers.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Jeremia 34:9
Alle Hebreeuwse slaven en slavinnen zouden worden vrijgelaten, zodat geen Judeeër nog een volksgenoot als slaaf in dienst zou hebben.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Jesaja 58:5
Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de HEER behaagt?
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Deuteronomium 15:12
Wanneer iemand uit uw volk, een Hebreeuwse man of vrouw, zich als slaaf of slavin aan u verkoopt, moet deze u zes jaar lang dienen; in het zevende jaar moet u hem of haar de vrijheid teruggeven.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Leviticus 19:13
Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit.
Gerelateerd aan Kolossensen 4:1
Jesaja 58:3
‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’ Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen,
1
2