Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Handelingen 26:18

om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door het geloof in mij zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.”
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

1 Petrus 2:9

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Efeze 5:8

want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Titus 3:3

Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

1 Thessalonicensen 2:12

We hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst. Hij roept u tot zijn koninkrijk en luister.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Efeze 6:12

Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Romeinen 14:17

want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

1 Korinthe 6:9

Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders,
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Efeze 4:18

In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

1 Johannes 3:14

Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Daniel 7:13

In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

1 Johannes 3:8

en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Romeinen 6:17

Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd,
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Lukas 22:53

Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

2 Korinthe 4:4

de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

2 Korinthe 6:17

Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Hebreeën 2:14

Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel,
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

2 Petrus 1:11

en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Johannes 5:24

Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Gerelateerd aan Kolossensen 1:13

Mattheüs 12:29

Trouwens, hoe kan iemand het huis van een sterkere binnengaan en zijn inboedel roven, als hij die sterkere niet eerst heeft vastgebonden? Pas dan zal hij zijn huis kunnen leegroven.
1
2
Volgende