Gerelateerd aan Johannes 8:1-11

Gerelateerd aan Johannes 8:1

Mattheüs 21:1

Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit.
Gerelateerd aan Johannes 8:1

Markus 11:1

Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen vooruit.
Gerelateerd aan Johannes 8:1

Lukas 19:37

Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien.
Gerelateerd aan Johannes 8:1

Markus 13:3

Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag:
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Mattheüs 26:55

Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Lukas 4:20

Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Lukas 21:37

Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ‘s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Johannes 8:20

Dit zei hij in de schatkamer van de tempel, waar hij onderricht gaf. Niemand greep hem, want zijn tijd was nog niet gekomen.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Lukas 5:3

Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Mattheüs 5:1

Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Johannes 4:34

Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Jeremia 44:4

Ik zond telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie en liet hen zeggen: Staak deze gruwelijke praktijken, ik verafschuw ze.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Jeremia 25:3

‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd.
Gerelateerd aan Johannes 8:2

Prediker 9:10

Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Leviticus 20:10

Wie overspel pleegt met een getrouwde vrouw, een vrouw die een ander toebehoort, moet ter dood gebracht worden. Beide echtbrekers moeten worden gedood.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Deuteronomium 22:21

moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Ezechiel 16:38

Ik zal je vonnissen volgens het recht dat geldt voor moordenaressen en overspelige vrouwen, en ik zal je in mijn woede en jaloezie een bloedige afstraffing geven.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Mattheüs 22:16

Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Mattheüs 5:17

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.
Gerelateerd aan Johannes 8:5

Mattheüs 19:6

ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’
1
2
3
4
5
6
Volgende