Gerelateerd aan Job 21:16
Gerelateerd aan Job 21:16
Job 22:18
Toch vulde hij hun huis met rijkdom. De bedrijvigheid van goddelozen blijve ver van mij!
Gerelateerd aan Job 21:16
Psalmen 1:1
Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit,
Gerelateerd aan Job 21:16
Genesis 49:6
Ik wil niet deelnemen aan hun beraad, op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn. In woede ontstoken doden zij mannen, moedwillig verlammen ze stieren.
Gerelateerd aan Job 21:16
Psalmen 49:6
(49:7) die vertrouwen op hun vermogen en pronken met hun rijkdom?
Gerelateerd aan Job 21:16
Spreuken 1:10
Mijn zoon, als zondaars je proberen in te palmen, geef er niet aan toe. 11 Luister niet naar hen als ze je willen overhalen met hen mee te gaan, als ze zeggen: 'We willen bloed vergieten, we gaan onschuldigen de dood in jagen, zonder reden,
Gerelateerd aan Job 21:16
Psalmen 52:5
(52:7) God zelf zal je breken, voorgoed, hij zal je grijpen en meesleuren uit je tent, je wegrukken uit het land van de levenden. sela
Gerelateerd aan Job 21:16
Spreuken 5:8
Blijf bij zo'n vrouw vandaan, houd afstand van haar woning.
Gerelateerd aan Job 21:16
Lukas 16:2
De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.”
Gerelateerd aan Job 21:16
Lukas 16:25
Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn.
Gerelateerd aan Job 21:16
Job 12:9
Wie weet van al deze dingen niet: de HEER heeft ze tot stand gebracht.
Gerelateerd aan Job 21:16
Prediker 8:8
Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad-het zal zijn dienaren niet redden.
Gerelateerd aan Job 21:16
Job 1:21
En hij zei: 'Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.'