Gerelateerd aan Hosea 2:8

Gerelateerd aan Hosea 2:8

Jesaja 1:3

Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Hosea 13:2

Toch bleven ze zondigen: ze maakten een godenbeeld. En met hun zilver maakten ze nog meer beelden, naar eigen smaak, niet meer dan het werk van ambachtslieden. Men zegt van hen: Mensen die offeren, kussen kalveren!
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Ezechiel 16:16

Je trok je kleren uit en maakte er kleurige kussens van waarop je mij bedroog. Zoiets was nog nooit vertoond en zal nooit meer gebeuren.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Hosea 8:4

Ze hebben een koning aangesteld, maar buiten mij om, leiders gekozen zonder mij erin te kennen. Van hun zilver en goud hebben ze godenbeelden gemaakt, maar voor niets.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Handelingen 17:23

Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Romeinen 1:28

Omdat ze het beneden hun waardigheid achtten God te erkennen, heeft God hen overgeleverd aan hun eigen onbetrouwbaarheid en doen ze wat verwerpelijk is.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Richteren 9:27

Ze gingen weer naar hun wijngaarden, plukten de druiven en persten die uit. Daarna hielden ze een oogstfeest, en tijdens het feestmaal in de tempel van hun god begonnen ze Abimelech te beschimpen.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Richteren 17:1

In die tijd leefde er in het bergland van Efraïm een man met de naam Micha.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Hosea 2:5

(2:7) Overspelig was immers hun moeder; de vrouw die hen gedragen heeft leefde in schande. Ze zei: 'Ik ga achter mijn minnaars aan, want zij zorgen voor mijn eten en drinken, voor wol en vlas, olijfolie en wijn.'
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Hosea 10:1

Israël was een weelderige wijnstok, die volop vruchten voortbracht. Maar hoe meer vrucht de wijnstok droeg, hoe meer er op de altaren kwam; en hoe rijker het land, hoe rijker versierd de gewijde stenen.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Jeremia 7:18

De kinderen sprokkelen hout, de vaders stoken het vuur en de vrouwen kneden deeg om koeken voor de koningin van de hemel te bakken. Ook krenken ze mij door wijnoffers aan andere goden te brengen.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Daniel 5:3

Men haalde de gouden bekers die uit de tempel van Jeruzalem, het huis van God, waren meegenomen en de koning en zijn machthebbers, zijn hoofdvrouwen en bijvrouwen dronken eruit.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Jesaja 46:6

Mensen schudden goud uit hun buidel of wegen zilver af op een weegschaal, ze nemen een edelsmid in dienst die er een god van maakt. Ze buigen zich neer en knielen ervoor.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Lukas 15:13

Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Habakuk 1:16

brengt hij offers aan zijn net, brandt hij wierook voor zijn fuik, alles voor een vette buit, een overvloedig maal.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Jesaja 24:7

De wijn is verdroogd, de wijnstok kwijnt weg. De vrolijke feestvierders zuchten.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Daniel 5:23

U bent tegen de heer van de hemel opgestaan. U hebt de bekers laten halen die uit zijn tempel afkomstig zijn, en u en uw machthebbers, uw hoofdvrouwen en bijvrouwen, hebben er wijn uit gedronken. U hebt uw goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen geprezen, goden die niets zien of horen of weten. Maar de God die beschikt over uw levensadem en die al uw doen en laten bepaalt, hebt u niet verheerlijkt.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Exodus 32:2

Aäron antwoordde: 'Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.'
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Lukas 16:1

Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte.
Gerelateerd aan Hosea 2:8

Jeremia 44:17

Wij doen onze geloften gestand, wij blijven voor de koningin van de hemel wierook branden en wij blijven haar wijnoffers brengen. Dat deden wij, onze voorouders, onze koningen en leiders ook in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem. Toen hadden we meer dan voldoende te eten; we waren gelukkig en bleven gevrijwaard van onheil.