Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Romeinen 4:13
Immers, niet door de wet ontvingen Abraham en zijn nageslacht de belofte dat ze de wereld in bezit zouden krijgen, maar door de gerechtigheid die het geloof schenkt.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Hebreeën 7:3
Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God-hij is priester voor altijd.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 14:19
en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 22:17
zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 12:13
Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Hebreeën 6:13
Toen God aan Abraham zijn belofte deed, kon hij bij niemand zweren die hoger was dan hijzelf, en dus zwoer hij bij zichzelf:
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 17:4
‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Galaten 3:16
Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet 'nakomelingen', alsof het velen betreft, maar het gaat om één: 'je nakomeling' -en die nakomeling is Christus.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Hebreeën 11:13
Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Hebreeën 11:17
Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 12:2
Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Genesis 13:14
Nadat Lot was weggegaan, zei de HEER tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Romeinen 9:4
omwille van hen, de Israëlieten, die God als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken;
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Hebreeën 7:1
Want deze Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem,
Gerelateerd aan Hebreeën 7:6
Handelingen 3:25
U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten toen hij tegen Abraham zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.”