Gerelateerd aan Genesis 38:10

Gerelateerd aan Genesis 38:10

Genesis 46:12

Zonen van Juda: Er, Onan, Sela, Peres en Zerach. Er en Onan waren in Kanaän gestorven. Zonen van Peres: Chesron en Chamul.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Numeri 11:1

Het volk begon de HEER zijn nood te klagen. Toen de HEER dat hoorde ontstak hij in woede, en het vuur van de HEER laaide op en greep om zich heen aan de rand van het kamp.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Numeri 26:19

Zonen van Juda: Er en Onan. Zowel Er als Onan was in Kanaän gestorven.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Haggaï 1:13

Maar Haggai, de bode van de HEER, zei in opdracht van de HEER tot het volk: 'Ik ben bij jullie-spreekt de HEER.'
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Spreuken 14:32

Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder, een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

1 Kronieken 21:7

Het was slecht in Gods ogen dat dit was gebeurd, daarom strafte hij Israël.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Spreuken 24:18

Want de HEER ziet het en keurt het af, en laat zijn woede op je vijand varen.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Jeremia 44:4

Ik zond telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie en liet hen zeggen: Staak deze gruwelijke praktijken, ik verafschuw ze.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

2 Samuel 11:27

Toen de rouwtijd voorbij was, nam David haar bij zich aan het hof. Zij werd zijn vrouw en baarde hem een zoon. Naar het oordeel van de HEER was het wel degelijk slecht wat David had gedaan.
Gerelateerd aan Genesis 38:10

Numeri 22:34

Bileam zei tegen de engel van de HEER: 'Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u mij de weg versperde. Maar als wat ik doe slecht is in uw ogen, ga ik terug naar huis.'