Gerelateerd aan Genesis 35:11
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 17:1
Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Exodus 6:3
Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb ik niet aan hen bekendgemaakt.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 17:5
Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 22:17
zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 17:16
Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en er koningen van haar zullen afstammen.’
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 28:14
Je zult zoveel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 18:14
Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 28:3
God, de Ontzagwekkende, moge je zegenen, je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven, zodat er een groot aantal volken uit je voortkomt.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 48:3
Hij zei tegen Jozef: ‘God, de Ontzagwekkende, is in Luz, in Kanaän, aan mij verschenen en heeft mij daar gezegend.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 43:14
God, de Ontzagwekkende, geve dat hij barmhartig voor jullie is: dat hij jullie andere broer vrijlaat en ook Benjamin laat gaan. En ik-moet ik mijn kinderen verliezen, goed, dan verlies ik ze maar.’
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 13:16
En ik zal je zoveel nakomelingen geven als er stof op de aarde is: ze zullen even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 9:1
Toen zegende God Noach en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 12:2
Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
1 Samuel 1:1
In Rama in de streek Suf, in het bergland van Efraïm, woonde een man die Elkana heette. Hij was een zoon van Jerocham, die een zoon was van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Suf, en behoorde tot de stam Efraïm.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Exodus 1:7
maar hun nakomelingen kregen veel kinderen en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 32:12
(32:13) U hebt immers zelf gezegd: “Ik zal jou grote voorspoed geven en veel nakomelingen, ze zullen zo talrijk zijn als zandkorrels aan de zee-niet te tellen zullen ze zijn.”’
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 46:3
God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Numeri 1:1
Op de eerste dag van de tweede maand, in het tweede jaar na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte, richtte de HEER zich in de Sinaiwoestijn tot Mozes. Hij sprak tegen hem in de ontmoetingstent en zei:
Gerelateerd aan Genesis 35:11
Genesis 18:18
Uit Abraham zal immers een groot en machtig volk voortkomen, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als hij.
Gerelateerd aan Genesis 35:11
2 Korinthe 6:18
en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters-zegt de almachtige Heer.'
1
2