Gerelateerd aan Ezra 6:6
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Ezra 5:3
Kort daarna kwamen Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat, en Setar-Boznai met hun ambtgenoten naar hen toe, en vroegen: 'Wie heeft u bevel gegeven deze tempel te herbouwen, dit heiligdom te voltooien?'
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Ezra 5:6
Afschrift van de brief die Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat, en Setar-Boznai, en diens ambtgenoten, bestuurders van de genoemde provincie, aan koning Darius hebben gezonden.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Genesis 43:14
God, de Ontzagwekkende, geve dat hij barmhartig voor jullie is: dat hij jullie andere broer vrijlaat en ook Benjamin laat gaan. En ik-moet ik mijn kinderen verliezen, goed, dan verlies ik ze maar.’
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Genesis 32:28
(32:29) Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Spreuken 21:30
Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de HEER.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Romeinen 8:31
Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Jesaja 27:8
Door hen uiteen te jagen en te verstrooien heeft hij een rechtsgeding tegen hen gevoerd, met een verschroeiende wind uit het oosten heeft hij hen verdreven.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Psalmen 76:10
(76:11) Wie in woede tegen u opstond, zal u loven, wie ontkwam aan uw woede, omgordt zich met gejuich.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Nehemia 1:11
Ach mijn Heer, luister toch aandachtig naar het gebed van uw dienaar en naar dat van al uw dienaren die uw naam willen eerbiedigen. Laat me vandaag toch slagen en laat de koning mij welgezind zijn.' In die tijd was ik schenker aan het hof van de koning.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Spreuken 21:1
De gedachten van de koning zijn als waterstromen in de macht van de HEER, hij leidt ze waarheen hij maar wil.
Gerelateerd aan Ezra 6:6
Handelingen 4:26
De koningen van de aarde zijn aangetreden en de heersers spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde.”