Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Jesaja 14:9

Het dodenrijk beneden is in rep en roer om jou een ontvangst te bereiden: het wekt de schimmen voor je op van alle leiders van de aarde, het laat de vorsten van vreemde volken voor jou opstaan van hun troon.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Ezechiel 32:27

Ze liggen niet bij de helden uit het verre verleden die met wapenrusting en al naar het dodenrijk zijn afgedaald. Ook zij zaaiden angst in het land van de levenden, en nu ligt hun zwaard onder hun hoofd en kleven hun zonden aan hun botten.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Ezechiel 32:19

"Ben jij soms beter dan anderen? Daal af, laat je neerleggen tussen de onbesnedenen.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Lukas 16:23

Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Ezechiel 32:24

Daar ligt Elam, met heel het volk rondom het graf van de koning, allemaal zijn ze gesneuveld, gevallen door het zwaard. Als onbesnedenen zijn ze afgedaald naar de onderwereld-eens zaaiden ze angst in het land van de levenden, nu moeten ze hun schande dragen met degenen die in het graf zijn afgedaald.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Psalmen 9:17

(9:18) Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Psalmen 55:15

(55:16) Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Spreuken 14:32

Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder, een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Jesaja 1:31

Verworven schatten worden tot kaf en wie ze vergaarde tot een vonk; samen zullen ze branden en niemand dooft het vuur.
Gerelateerd aan Ezechiel 32:21

Numeri 16:30

Maar als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is, als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen.'