Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Ezechiel 18:6

Aan de offermaaltijden op de bergen neemt hij niet deel en hij vereert de afgoden van het volk van Israël niet; hij onteert de vrouw van een ander niet, hij maakt haar niet onrein, en met een vrouw die ongesteld is heeft hij geen gemeenschap;
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Openbaring 22:14

Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen: zij kunnen over de levensboom beschikken en zullen de stad door de poorten binnengaan.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Mattheüs 7:21

Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Johannes 13:17

Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Jakobus 2:17

Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Johannes 15:14

Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

1 Koningen 13:8

Maar de godsman antwoordde: 'Al gaf u mij de helft van uw bezit, dan nog zou ik niet met u meekomen. Ik zal hier in Betel niets eten en niets drinken.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

1 Johannes 3:22

en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Lukas 11:28

Maar hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

1 Koningen 13:22

Je bent teruggegaan en je hebt gegeten en gedronken op een plaats waarvan hij had gezegd dat je er niets mocht eten of drinken. Daarom zal je lichaam na je dood niet worden bijgezet in het graf van je voorouders.'
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Filippensen 4:9

Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 18:11

Ezechiel 18:15

Aan de offermaaltijden op de bergen neemt hij niet deel, de afgoden van de Israëlieten vereert hij niet en ook maakt hij de vrouw van een ander niet onrein;