Gerelateerd aan Exodus 32:4
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Nehemia 9:18
Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: 'Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!'
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Handelingen 7:41
Toen maakten ze een beeld in de vorm van een stierkalf, brachten er offers aan en verheugden zich over hun eigen maaksel.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Deuteronomium 9:16
En toen zag ik hoe u tegen de HEER, uw God, had gezondigd: u had een beeld gemaakt in de vorm van een stierkalf. Zo snel was u al afgeweken van de weg die de HEER u gewezen had.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Exodus 32:8
Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: "Isra ël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!"'
Gerelateerd aan Exodus 32:4
1 Koningen 12:28
Na rijp beraad besloot hij om twee gouden beelden te laten maken in de vorm van een stierkalf. Daarop zei hij tegen het volk: 'U bent nu vaak genoeg ter bedevaart naar Jeruzalem gegaan! Israël, dit is uw god die u uit Egypte heeft geleid.'
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Jesaja 44:9
Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Psalmen 106:19
Zij maakten een stierkalf bij de Horeb en bogen zich voor een stuk metaal.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Richteren 17:3
Hij gaf de elfhonderd sjekel zilver aan haar terug, maar zij zei: 'Ter wille van mijn zoon wijd ik mijn zilver aan de HEER om er een beeld mee te laten beslaan. Hier heb je het geld terug.'
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Romeinen 1:21
want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die hem toekomen. Hun overpeinzingen zijn volkomen zinloos en hun onverstandig hart is verduisterd.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
2 Kronieken 11:15
Jerobeam had namelijk zelf priesters aangesteld voor de offerplaatsen en voor de bokken, en ook voor de stierenbeelden die hij had laten maken.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Jesaja 40:18
Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden?
Gerelateerd aan Exodus 32:4
2 Koningen 10:29
maar hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet, want de gouden stierenbeelden in Betel en Dan liet hij ongemoeid.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Handelingen 17:29
Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Exodus 32:1
Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: 'Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.'
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Hosea 13:2
Toch bleven ze zondigen: ze maakten een godenbeeld. En met hun zilver maakten ze nog meer beelden, naar eigen smaak, niet meer dan het werk van ambachtslieden. Men zegt van hen: Mensen die offeren, kussen kalveren!
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Hosea 10:5
Het volk van Samaria verkeert in zorg, is in de rouw om dat stierkalf in Betel, en zijn priesters schreeuwen het uit omdat zijn glorie vervliegt:
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Jesaja 46:6
Mensen schudden goud uit hun buidel of wegen zilver af op een weegschaal, ze nemen een edelsmid in dienst die er een god van maakt. Ze buigen zich neer en knielen ervoor.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Exodus 20:23
Je mag daarom geen goden van zilver of goud maken om die naast mij te vereren.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
Hosea 8:4
Ze hebben een koning aangesteld, maar buiten mij om, leiders gekozen zonder mij erin te kennen. Van hun zilver en goud hebben ze godenbeelden gemaakt, maar voor niets.
Gerelateerd aan Exodus 32:4
2 Kronieken 13:8
En nu denkt u, omdat u over een groot leger beschikt en de gouden stierkalveren meedraagt die Jerobeam heeft laten maken om u tot god te zijn, een aanval te kunnen doen op het koningschap van de HEER, dat berust bij de nakomelingen van David!
1
2