Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Jakobus 1:12

Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Openbaring 2:10

Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben. Wees trouw tot in de dood, dan zal ik u als lauwerkrans het leven geven.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

2 Timotheüs 1:12

daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

1 Petrus 1:4

(4-5) Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

1 Petrus 5:4

Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Mattheüs 6:19

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Kolossensen 1:5

omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

1 Korinthe 9:25

Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Openbaring 1:7

Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Titus 2:13

in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Psalmen 31:19

(31:20) Hoe groot is het geluk dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen, dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u, heel de wereld zal het zien.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Openbaring 19:11

Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die 'Trouw en betrouwbaar' heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

1 Timotheüs 6:19

Zo leggen ze een stevig fundament voor de toekomst, en winnen ze het ware leven.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

2 Timotheüs 2:5

Een atleet wordt niet gelauwerd als hij zich niet aan de regels houdt.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

1 Korinthe 2:9

Maar het is zoals geschreven staat: 'Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.'
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Hebreeën 9:28

Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

2 Timotheüs 4:1

Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij:
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Psalmen 7:11

(7:12) God is een rechtvaardige rechter, hij bestraft het kwaad, elke dag.
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Openbaring 4:10

werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden:
Gerelateerd aan 2 Timotheüs 4:8

Mattheüs 7:22

Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
1
2
Volgende