Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Spreuken 1:5
Laat wie wijs is goed naar deze spreuken luisteren en nog wijzer worden. Laat wie verstandig is meer en meer de vaardigheid verwerven
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Korinthe 14:19
maar om in de gemeente anderen te onderwijzen, gebruik ik liever een paar begrijpelijke woorden dan ontelbaar veel in klanktaal.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Thessalonicensen 5:14
Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
2 Korinthe 7:6
Maar God geeft moed aan wie terneergeslagen is, en door de komst van Titus heeft hij ook ons moed gegeven.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Efeze 6:22
Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Thessalonicensen 5:11
Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Spreuken 9:9
Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Romeinen 1:12
of liever, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Korinthe 14:35
Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Thessalonicensen 4:18
Troost elkaar met deze woorden.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
Efeze 4:11
En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren,
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
1 Korinthe 14:3
Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 14:31
2 Korinthe 1:4
en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.