Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Handelingen 19:6

en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer, zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

1 Korinthe 13:1

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen-had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

1 Korinthe 13:13

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Galaten 5:6

In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Handelingen 2:4

en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Hebreeën 8:13

Op het moment dat hij spreekt over een nieuw verbond heeft hij het eerste al als verouderd bestempeld. Welnu, wat verouderd is en versleten, is de teloorgang nabij.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

1 Korinthe 12:10

En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

1 Korinthe 13:10

Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Jeremia 49:7

Dit zegt de HEER van de hemelse machten over Edom: Is er geen wijsheid meer in Teman, gaat men daar niet langer met verstand te werk, is elk inzicht daar verdwenen?
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

Lukas 22:32

Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’
Gerelateerd aan 1 Korinthe 13:8

1 Korinthe 12:28

God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken.