Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
2 Kronieken 35:22
Josia trok zich echter niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij luisterde niet naar wat Necho op gezag van God had gezegd, maar ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
Jeremia 23:24
Als iemand zich verbergt, zou ik hem dan niet zien? -spreekt de HEER. Ben ik niet overal, in de hemel en op aarde? -spreekt de HEER.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
1 Samuel 28:8
vermomde hij zich door andere kleren aan te trekken en ging hij met twee dienaren op pad. Midden in de nacht kwamen ze bij de vrouw aan. 'Wilt u voor mij de geest van een dode raadplegen?' verzocht hij haar. 'Ik zal u zeggen wie u moet oproepen.'
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
2 Samuel 14:2
Hij liet uit Tekoa een wijze vrouw komen en zei tegen haar: 'Doe alsof u in de rouw bent: trek een rouwkleed aan, wrijf u niet in met olie en gedraag u als een vrouw die al vele jaren om een dode treurt.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
Spreuken 21:30
Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de HEER.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
1 Koningen 20:38
De profeet ging langs de weg staan waar de koning voorbij zou komen, nadat hij zich onherkenbaar had gemaakt door zijn doek voor zijn gezicht te doen.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
1 Koningen 14:2
Jerobeam zei tegen zijn vrouw: 'Kom, verkleed je zo dat niemand je als mijn vrouw herkent, en ga naar Silo. Daar woont de profeet Achia, die mij voorzegd heeft dat ik koning over dit volk zou worden.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
Psalmen 12:2
(12:3) Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
2 Kronieken 18:29
Hij zei tegen Josafat: 'Ik wil niet als koning gekleed de strijd ingaan, maar houdt u uw koninklijke gewaad aan.' De koning van Israël verkleedde zich dus voordat ze ten strijde trokken.
Gerelateerd aan 1 Koningen 22:30
1 Koningen 22:10
De koning van Israël en de koning van Juda, Josafat, zaten ieder in hun staatsiegewaad op een troon op de dorsvloer voor de stadspoort van Samaria, in gezelschap van de in vervoering geraakte profeten.