Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Ezechiel 39:25

Maar, zegt God, de HEER: Nu zal ik Jakobs lot ten goede keren, me ontfermen over heel het volk van Israël en strijden voor mijn heilige naam.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Zefanja 3:20

In die tijd breng ik jullie terug. Ik zal jullie verzamelen, je zult met eer en roem overladen worden door alle volken op aarde. Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer- zegt de HEER.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Micha 5:3

(5:2) Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Lukas 1:68

‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 33:7

Ik breng een keer in het lot van Juda en Israël en maak ze weer tot het volk van vroeger.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 29:14

Ik zal me door jullie laten vinden-spreekt de HEER -en ik zal in je lot een keer brengen. Ik zal jullie samenbrengen uit alle volken en plaatsen waarheen ik je verbannen heb-spreekt de HEER -en je laten terugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik je heb laten wegvoeren.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Micha 2:12

Ik zal je bijeenbrengen, Jakob, je in je geheel bijeenbrengen. Ik zal verzamelen wat er van Israël over is, ik zal het verzamelen. Ik zal ze samenbrengen als schapen en geiten binnen de omheining, als een kudde in de wei; het zal daar gonzen van de mensen.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Exodus 4:31

De Israëlieten werden hierdoor overtuigd; toen ze hoorden dat de HEER oog had gekregen voor hun ellende, knielden ze en bogen ze zich diep neer.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Amos 9:14

Ik zal het lot van mijn volk Israël ten goede keren. Zij zullen hun verwoeste steden herbouwen en erin wonen, ze zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, ze zullen tuinen aanleggen en de vruchten ervan eten.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Obadja 1:19

Het volk van Jakob zal de Negev en het bergland van Esau in bezit nemen, het heuvelland en het gebied van de Filistijnen, en ook de gebieden van Efraïm en Samaria, en Benjamin en Gilead.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Micha 4:7

De kreupelen zal ik sparen, van de verdrevenen maak ik een groot volk, en op de Sion zal de HEER hun koning zijn, van nu tot in eeuwigheid.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Lukas 7:16

Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan, ‘en: ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd!’
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 30:3

Want de dag zal komen-zegt de HEER -dat ik het lot van mijn volk Israël en van Juda ten goede keer, dat ik hen terugbreng naar het land dat ik hun voorouders gegeven heb en dat zij het in bezit zullen nemen-spreekt de HEER.’
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Handelingen 8:26

Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Handelingen 8:40

Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 30:18

Dit zegt de HEER: Ik keer het lot van Jakobs tenten ten goede, ik zal me om zijn woningen bekommeren. De steden zullen uit de as herrijzen, paleizen worden in hun oude pracht hersteld.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Romeinen 11:5

Zo is ook nu een klein deel over dat God uit genade uitgekozen heeft.
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Haggaï 2:2

'Zeg tegen Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tegen Jozua, zoon van Josadak en hogepriester, en tegen wie er van het volk nog over zijn:
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 31:7

Dit zegt de HEER: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: “De HEER heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd.”
Gerelateerd aan Zefanja 2:7

Jeremia 3:18

In die tijd zal Juda zich bij Israël voegen, en samen zullen ze uit het noorden naar dit land komen, dat ik hun voorouders in bezit heb gegeven.
1
2
Volgende