Gerelateerd aan Titus 3:13
Gerelateerd aan Titus 3:13
Handelingen 18:24
Intussen arriveerde er in Efeze een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Mattheüs 22:35
Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:
Gerelateerd aan Titus 3:13
3 Johannes 1:6
Ten overstaan van de gemeente hebben zij van uw liefde getuigd. Wees zo goed hen voor de verdere reis uit te rusten op een wijze die God waardig is.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Lukas 11:45
Daarop zei een wetgeleerde tegen hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt u ook ons.’
Gerelateerd aan Titus 3:13
Lukas 10:25
Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Gerelateerd aan Titus 3:13
Lukas 14:3
Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de Farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’
Gerelateerd aan Titus 3:13
Handelingen 28:10
Ze overlaadden ons met eerbewijzen en voorzagen ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.
Gerelateerd aan Titus 3:13
1 Korinthe 16:11
Dus niemand mag op hem neerzien. Zorg er ook voor dat hij veilig naar mij terug kan reizen, want ik zie naar hem uit, net als de andere broeders en zusters.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Lukas 7:30
Maar de Farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Handelingen 21:5
Maar toen ons oponthoud ten einde liep, vertrokken we weer, uitgeleide gedaan door alle leerlingen met hun vrouwen en kinderen. We gingen de stad uit en knielden samen neer op het strand om te bidden.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Romeinen 15:24
hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb.
Gerelateerd aan Titus 3:13
Lukas 11:52
Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’