SV
1De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen.
2Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.
3Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:
4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
5Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb.
6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637