Gerelateerd aan Spreuken 7:26
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
Nehemia 13:26
Zijn dit niet de vergrijpen waaraan Salomo, de koning van Israël, zich schuldig maakte? Onder alle volken was er geen koning zoals hij, hij was geliefd bij zijn God, en God stelde hem dan ook als koning over heel Israël aan, maar zelfs hij zondigde vanwege vrouwen van buitenlandse afkomst.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
1 Petrus 2:11
Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
2 Samuel 3:27
Toen Abner in Hebron terugkwam, nam Joab hem in het poortgebouw ter zijde alsof hij hem onder vier ogen wilde spreken en stak hem in de buik. Zo stierf Abner omdat hij Joabs broer Asaël had gedood.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
Richteren 16:21
Maar de Filistijnen grepen hem, staken zijn ogen uit en voerden hem mee naar Gaza, geboeid met bronzen ketenen. In Gaza werd hij in de gevangenis gezet, waar hij meel moest malen.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
2 Samuel 3:6
Terwijl de strijd tussen het huis van Saul en het huis van David voortduurde, verwierf Abner zich een steeds machtiger positie in het huis van Saul.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
1 Korinthe 10:8
Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigduizend.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
1 Koningen 11:1
Koning Salomo beminde vele buitenlandse vrouwen: behalve de dochter van de farao beminde hij ook vrouwen uit Moab, Ammon, Edom en Sidon, en Hethitische vrouwen.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
Spreuken 6:33
Hij zal door smaad worden getroffen en zijn schande zal niet worden uitgewist.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
2 Korinthe 12:21
Ik ben bang dat God mij bij mijn bezoek opnieuw zal vernederen en ik opnieuw verdriet zal hebben om al die broeders en zusters die zijn blijven zondigen en zich niet hebben afgekeerd van hun zedeloosheid, ontucht en losbandigheid.
Gerelateerd aan Spreuken 7:26
2 Samuel 12:9
Waarom heb je dan mijn geboden met voeten getreden door iets te doen dat slecht is in mijn ogen? De Hethiet Uria is door jouw toedoen gedood. Je hebt hem zijn vrouw afgenomen en hem in de strijd tegen de Ammonieten laten vermoorden.