Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Spreuken 18:24
Wie veel vrienden heeft, raakt snel geruïneerd, een echte vriend is meer waard dan een broer.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
1 Koningen 12:6
raadpleegde Rechabeam de oudsten die zijn vader Salomo ter zijde hadden gestaan toen die nog leefde: 'Wat raadt u mij aan? Wat moet ik het volk antwoorden?'
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Spreuken 17:17
Een vriend is je altijd toegedaan, je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
2 Samuel 19:24
(19:25) Ook Mefiboset, de kleinzoon van Saul, was de koning tegemoet gekomen. Vanaf de dag dat de koning was weggegaan tot nu, de dag waarop hij ongedeerd terugkeerde, had Mefiboset zijn voeten niet gewassen, zijn baard niet verzorgd en zijn kleren niet verschoond.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Obadja 1:12
Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Lukas 10:30
Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Spreuken 19:7
Een arme wordt door al zijn broers gehaat, meer nog door zijn vrienden, ze gaan hem uit de weg; als hij een beroep op ze doet, is dat tevergeefs.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Job 6:21
Welnu, zo zijn jullie ook geworden, jullie zien mijn rampspoed en angst is jullie antwoord.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
2 Kronieken 24:22
Koning Joas sloeg geen acht op de trouwe diensten die Zecharja's vader Jojada hem bewezen had, en liet de zoon van zijn weldoener vermoorden. Zecharja's stervenswoorden luidden: 'Moge de HEER zien wat mij wordt aangedaan en het vergelden.'
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Jesaja 41:8
Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend,
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Handelingen 23:12
Toen de dag aanbrak, verzamelde zich een groep Joden, die zwoeren dat ze niet zouden eten of drinken voor ze Paulus hadden gedood.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Jeremia 2:5
Dit zegt de HEER: Welk onrecht heb ik jullie voorouders gedaan dat ze mij hebben verlaten, dat ze achter nietige goden aan liepen en zelf nietswaardig werden?
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
2 Samuel 19:28
(19:29) U had het in uw macht om heel mijn familie ter dood te brengen, maar u nam mij op aan uw hof. Met welk recht zou ik me dan nu nog bij u beklagen?'
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
2 Samuel 21:7
Hij spaarde echter de zoon van Sauls zoon Jonatan, Mefiboset, vanwege de eed die David en Jonatan elkaar bij de HEER gezworen hadden.
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
2 Kronieken 10:6
raadpleegde Rechabeam de oudsten die zijn vader Salomo ter zijde hadden gestaan toen die nog leefde: 'Wat raadt u mij aan? Wat moet ik het volk antwoorden?'
Gerelateerd aan Spreuken 27:10
Handelingen 23:23
Daarna liet hij twee centurio’s komen en zei: ‘Zorg dat er vanavond, drie uur na zonsondergang, tweehonderd soldaten klaarstaan om naar Caesarea te gaan, samen met zeventig ruiters en tweehonderd lichtbewapende mannen;