Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Spreuken 10:13

Een verstandig mens spreekt wijze woorden, een dwaas verdient de stok.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

1 Korinthe 4:21

Dus wat wilt u? Moet ik met de stok naar u toe komen, of liefdevol en zachtmoedig?
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Psalmen 32:9

Wees niet redeloos als paarden of ezels die met bit en toom worden bedwongen, dan zal geen kwaad je treffen.'
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Spreuken 27:22

Al leg je een dwaas in een vijzel en stamp je hem tussen de graankorrels fijn, zijn dwaasheid stamp je er niet uit.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Spreuken 19:29

Voor spotters staat de straf al vast, voor de rug van dwazen ligt de stok al klaar.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Richteren 8:5

Daarom vroeg hij aan de burgers van Sukkot: 'Ik zit Zebach en Salmunna achterna, de koningen van Midjan. Geef mijn soldaten wat te eten, want ze zijn uitgeput.'
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

2 Korinthe 13:2

Welnu, toen ik de tweede keer bij u was, heb ik al tegen degenen die maar bleven zondigen gezegd dat ik u niet zou sparen wanneer ik weer zou komen. Ik heb dat ook tegen alle anderen gezegd en zeg het u op dit moment, nu ik nog niet bij u ben, opnieuw.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

2 Korinthe 10:6

en zullen op het moment dat u hem volledig gehoorzaam bent geworden, paraat staan om anderen voor hun ongehoorzaamheid te straffen.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Spreuken 17:10

Een verstandig mens wordt meer geraakt door een verwijt dan een dwaas door honderd slagen.
Gerelateerd aan Spreuken 26:3

Spreuken 19:25

Sla je een spotter, dan wordt die onervarene verstandig, kastijd je een verstandig mens, dan groeien zijn kennis en inzicht.