Gerelateerd aan Spreuken 26:26

Gerelateerd aan Spreuken 26:26

2 Samuel 13:22

Absalom sprak er niet met Amnon over, er viel tussen hen geen onvertogen woord, maar hij haatte hem omdat hij zijn zuster Tamar had onteerd.
Gerelateerd aan Spreuken 26:26

2 Samuel 3:27

Toen Abner in Hebron terugkwam, nam Joab hem in het poortgebouw ter zijde alsof hij hem onder vier ogen wilde spreken en stak hem in de buik. Zo stierf Abner omdat hij Joabs broer Asaël had gedood.
Gerelateerd aan Spreuken 26:26

Genesis 4:8

Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood.
Gerelateerd aan Spreuken 26:26

1 Samuel 18:17

Toen zei Saul tegen David: 'Hier is mijn oudste dochter Merab. Ik bied je haar als vrouw aan, op voorwaarde dat je in mijn dienst je heldhaftigheid blijft tonen en voor de HEER ten strijde trekt' -want hij dacht bij zichzelf: Ik hoef hem niet zelf om het leven te brengen, laten de Filistijnen dat maar doen.
Gerelateerd aan Spreuken 26:26

1 Samuel 18:21

Ik bied hem Michal als vrouw aan, dacht hij. Als hij zich door dat aanbod laat verlokken, kunnen de Filistijnen hem om het leven brengen. Tegen David zei hij: 'Je kunt alsnog mijn schoonzoon worden, door met mijn tweede dochter te trouwen.'
Gerelateerd aan Spreuken 26:26

Psalmen 55:21

(55:22) Zijn mond is glad als boter, maar vijandig is zijn hart, zijn woorden, zachter dan olie, zijn een getrokken dolk.