Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Mattheüs 24:45
Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven?
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 22:11
Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt, heeft de koning als vriend.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 20:8
Als het recht de troon van een koning schraagt, verjaagt hij met zijn blik elke boosdoener.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Lukas 12:42
De Heer antwoordde: ‘Wie is die betrouwbare en verstandige rentmeester die de heer zal aanstellen over zijn knechten om hun op tijd het eten te geven dat hun toekomt?
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 20:26
Een wijze koning zift de goddelozen uit, hij laat het rad over hen heen gaan.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Mattheüs 25:23
Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 25:5
Als de koning zich ontdoet van goddelozen, schraagt gerechtigheid zijn troon.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Mattheüs 25:21
Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 29:12
Als een heerser toegeeft aan bedrog, wordt ieder die hem dient een goddeloze.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 10:5
Een zoon die in de zomer oogst, is verstandig, slaapt hij in de oogsttijd, dan maakt hij zijn ouders te schande.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Psalmen 101:4
sluwheid houd ik ver van mij, het kwaad wil ik niet kennen.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 19:12
Als het brullen van een leeuw, zo is de woede van een koning, als dauw op het gras, zo is zijn goedgunstigheid.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 19:26
Wie zijn vader mishandelt en zijn moeder wegjaagt, is een slechte zoon die zich misdraagt.
Gerelateerd aan Spreuken 14:35
Spreuken 17:2
Een verstandige slaaf verdrijft een onwaardige zoon, hij deelt samen met de broers in de erfenis.