Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Spreuken 14:3

De woorden van een dwaas zijn een stok voor zijn hoogmoed, wat een wijze zegt, biedt veiligheid.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Jeremia 5:26

Ik trof schurken aan onder mijn volk, ineengedoken als vogelvangers loeren ze rond. Ze zetten een val, ze jagen op mensen.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Jesaja 59:7

Hun voeten snellen naar het kwaad, ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten. Hun plannen zijn heilloze plannen, verwoesting en rampspoed vergezellen hen.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Esther 4:7

Mordechai vertelde hem alles wat hem was overkomen. Ook wist hij hem precies mee te delen hoeveel zilver Haman beloofd had te zullen afdragen aan de koninklijke schatkist als hij de Joden mocht uitroeien.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

2 Samuel 17:1

Achitofel zei tegen Absalom: 'Laat mij twaalfduizend mannen uitkiezen en achter David aan gaan, vannacht nog.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Esther 7:4

Want we zijn verkocht, mijn volk en ik, om gedood te worden en volledig te worden uitgeroeid. Als we waren verkocht als slaven en slavinnen, dan zou ik hebben gezwegen, want zo'n ramp zou de belangen van de koning niet schaden.'
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Handelingen 25:3

of hij hun een gunst wilde bewijzen door Paulus naar Jeruzalem te laten overbrengen, want ze hadden het plan opgevat hem onderweg te vermoorden.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Handelingen 23:15

Dient u daarom nu, onder het voorwendsel dat u de beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht nader wilt onderzoeken, namens het hele Sanhedrin een verzoek in bij de tribuun om hem naar u toe te laten brengen. Dan staan wij klaar om hem nog vóór zijn aankomst te doden.’
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Micha 7:1

Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer, waarnaar ik smacht.
Gerelateerd aan Spreuken 12:6

Handelingen 23:12

Toen de dag aanbrak, verzamelde zich een groep Joden, die zwoeren dat ze niet zouden eten of drinken voor ze Paulus hadden gedood.