Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Spreuken 29:8
Protsers brengen onrust in een stad, wijzen doen woede bedaren.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Spreuken 14:34
Rechtvaardigheid verheft een volk, zonde maakt het te schande.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
2 Kronieken 32:20
Vanwege deze dreigementen baden koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amos, de hemel om hulp.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Job 22:30
Hij redt zelfs hen die niet onschuldig zijn. Hun redding danken ze aan jouw reine handen.'
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Jakobus 3:6
Onze tong is net zo'n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Prediker 9:15
Er woonde daar een man van lage afkomst, die wijs was en met zijn wijsheid de stad had kunnen redden. Maar niemand schonk aandacht aan die onbeduidende persoon.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Genesis 45:8
Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Genesis 41:38
‘Zouden we ooit iemand kunnen vinden als deze man, iemand die zo vervuld is van Gods geest?’ zei de farao tegen hen.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
2 Samuel 20:1
Nu was er onder de Israëlieten ook een echte onruststoker, een zekere Seba, de zoon van Bichri, uit de stam Benjamin. Hij blies op de ramshoorn en zei: 'Wat hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen met de zoon van Isaï! We breken op, volk van Israël!'
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Esther 3:8
Daarna zei Haman tegen koning Ahasveros: 'Er is een bepaald volk dat over alle provincies van uw rijk verspreid leeft en te midden van de andere volken zijn eigen leven leidt. Hun wetten verschillen van die van alle andere volken en aan de wetten van de koning houden ze zich niet. De koning is er niet bij gebaat hen maar rustig hun gang te laten gaan.
Gerelateerd aan Spreuken 11:11
Esther 9:1
De dertiende dag van de twaalfde maand, de maand adar, brak aan, de dag waarop het bevel en de wet van de koning zouden worden uitgevoerd, de dag waarop de vijanden van de Joden hen in hun macht hoopten te krijgen. Maar het omgekeerde gebeurde: het waren juist de Joden die hun belagers in hun macht kregen.