Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 37:22
Gods gezegenden zullen het land bezitten, de vervloekten worden verdelgd.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 125:1
Een pelgrimslied. Wie op de HEER vertrouwt is als de Sionsberg, die onwankelbaar vast staat voor eeuwig.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 37:9
Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 37:28
want de HEER heeft gerechtigheid lief, wie hem trouw zijn, verlaat hij niet. Zij blijven voor eeuwig behouden, maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Spreuken 2:21
want wie rechtschapen zijn, zullen wonen in het land der levenden, wie onberispelijk hun weg gaan, vinden er een vast verblijf.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Spreuken 10:25
Als de storm is uitgewoed, zijn de goddelozen weggevaagd, wie rechtvaardig zijn, staan voor altijd overeind.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 16:8
Steeds houd ik de HEER voor ogen, met hem aan mijn zijde wankel ik niet.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 112:6
De rechtvaardige komt nooit ten val, men zal hem eeuwig gedenken.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
2 Petrus 1:10
Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Ezechiel 33:24
'Mensenkind, de bewoners van de ruïnes in het land van Israël zeggen: "Abraham was maar alleen en toch kreeg hij heel het land in bezit; wij zijn met velen, dus is het land zeker aan ons gegeven en is het ons eigendom."
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Psalmen 52:5
(52:7) God zelf zal je breken, voorgoed, hij zal je grijpen en meesleuren uit je tent, je wegrukken uit het land van de levenden. sela
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Micha 2:9
Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed.
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Romeinen 8:35
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
Gerelateerd aan Spreuken 10:30
Mattheüs 21:41
Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’