Gerelateerd aan Ruth 2:13
Gerelateerd aan Ruth 2:13
1 Samuel 1:18
'Ik dank u voor uw vriendelijkheid, 'zei Hanna, en ze ging terug naar haar familie. Haar gezicht was opgeklaard en ze at ook weer.
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Genesis 33:15
Esau zei: ‘Laat me dan tenminste een paar van mijn mannen bij je achterlaten.’ Maar Jakob sloeg dat af: ‘Waarom al die moeite? Het is mij voldoende dat mijn heer mij goedgezind is.’
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Genesis 43:14
God, de Ontzagwekkende, geve dat hij barmhartig voor jullie is: dat hij jullie andere broer vrijlaat en ook Benjamin laat gaan. En ik-moet ik mijn kinderen verliezen, goed, dan verlies ik ze maar.’
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Genesis 33:8
‘Wat is de bedoeling van die hele schare die ik ben tegengekomen?’ vroeg Esau. Jakob antwoordde: ‘Die was bedoeld om mijn heer gunstig te stemmen.’
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Spreuken 15:33
Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Gerelateerd aan Ruth 2:13
1 Samuel 25:41
Abigaïl knielde neer, boog diep voorover en zei: 'Ik ben uw dienares. Ik ben bereid de slavin te zijn die de voeten wast van de dienaren van mijn heer.'
Gerelateerd aan Ruth 2:13
2 Samuel 16:4
Toen zei de koning tegen Siba: 'Dan is alles wat Mefiboset bezit voortaan van u.' En Siba zei: 'Ik dank mijn heer en koning nederig, dat hij mij zo gunstig gezind is.'
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Filippensen 2:3
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Genesis 33:10
‘Nee, ‘zei Jakob, ‘als je mij goedgezind bent, neem dat geschenk dan alsjeblieft van mij aan, want oog in oog staan met jou is niets anders dan oog in oog staan met God, en toch ontvang je mij welwillend.
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Genesis 34:3
Maar omdat hij zich onweerstaanbaar tot Dina aangetrokken voelde en verliefd op haar was, deed hij zijn best om het meisje voor zich te winnen.
Gerelateerd aan Ruth 2:13
Richteren 19:3
ging haar man haar achterna om haar te overreden bij hem terug te komen. Hij had zijn knecht bij zich en een span ezels. Zijn vrouw liet hem binnen in het huis van haar vader, die zijn schoonzoon allerhartelijkst ontving