Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Romeinen 8:4
opdat in ons wordt volbracht wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer beheerst door onze eigen natuur, maar door de Geest.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
1 Korinthe 7:18
Iemand die besneden was toen God hem riep, moet het niet ongedaan laten maken. Iemand die onbesneden was toen God hem riep, moet zich niet laten besnijden.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Kolossensen 2:11
In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Mattheüs 15:28
Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Mattheüs 8:11
Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel,
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Jesaja 56:6
En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn- ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan mijn verbond-,
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Handelingen 10:2
Hij was een vroom man die, net als zijn huisgenoten, God vereerde. Hij gaf rijkelijk aalmoezen aan het volk en bad veelvuldig tot God.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Romeinen 3:30
want er is maar één God, en hij zal zowel besnedenen als onbesnedenen op grond van hun geloof als rechtvaardigen aannemen.
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Filippensen 3:3
Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf,
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Handelingen 10:34
Daarop nam Petrus het woord en zei: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen,
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Efeze 2:11
Bedenk daarom dat u-u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn-
Gerelateerd aan Romeinen 2:26
Handelingen 11:3
en verweten hem dat hij onbesnedenen had bezocht en samen met hen had gegeten.