Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Gerelateerd aan Romeinen 14:22

1 Johannes 3:21

Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 14:5

De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Handelingen 24:16

Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 14:23

maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

2 Korinthe 1:12

Hierop kunnen wij ons laten voorstaan: ons geweten kan getuigen dat we ons overal in deze wereld, en vooral bij u, hebben laten leiden door de oprechtheid en zuiverheid die God van ons verlangt, dat we niet werden geleid door de wijsheid van deze wereld, maar door Gods genade.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Jakobus 3:13

Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 7:15

Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Galaten 6:1

Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 14:2

De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 14:14

Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt.
Gerelateerd aan Romeinen 14:22

Romeinen 7:24

Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?