Gerelateerd aan Richteren 6:25
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Exodus 34:13
Breek hun altaren af, verbrijzel hun gewijde stenen en hak hun Asjerapalen om,
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Richteren 3:7
De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER: ze vergaten de HEER, hun God, en dienden de Baäls en de Asjera's.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Deuteronomium 7:5
Nee, dít staat u te doen: u moet hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen, hun Asjerapalen omhakken en hun godenbeelden verbranden.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Mattheüs 6:24
Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
1 Koningen 18:21
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: 'Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de HEER God is, volg hem dan; is Baäl het, volg dan hem.' De Israëlieten zeiden niets.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Handelingen 4:19
Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar hem? Oordeelt u zelf!
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Genesis 35:2
Toen zei Jakob tegen zijn familieleden en tegen alle anderen die bij hem waren: ‘Doe de vreemde goden die jullie hebben weg, reinig je en trek schone kleren aan.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Mattheüs 10:37
Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Job 22:23
Keer terug tot de Ontzagwekkende en je zult herstellen, zuiver je huis van alle kwaad.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Psalmen 101:2
nadenken over de volmaakte weg-wanneer zult u bij mij komen? Ik handel met een zuiver hart, ook in mijn paleis,
Gerelateerd aan Richteren 6:25
Handelingen 5:29
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.
Gerelateerd aan Richteren 6:25
2 Korinthe 6:15
Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?