Gerelateerd aan Richteren 2:19

Gerelateerd aan Richteren 2:19

Richteren 8:33

Na de dood van Gideon begonnen de Israëlieten opnieuw achter de Baäls aan te lopen. Ze verhieven Baäl-Berit tot god
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Richteren 4:1

Na de dood van Ehud deden de Israëlieten weer wat slecht is in de ogen van de HEER.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

1 Samuel 15:23

Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de HEER verworpen; daarom verwerpt hij u als koning!'
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Richteren 3:11

Veertig jaar had het land rust. Toen stierf Otniël.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Jeremia 16:12

En jullie hebben het nog erger gemaakt, want ieder van jullie laat zich nu leiden door zijn koppig en boosaardig hart in plaats van naar mij te luisteren.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Mattheüs 23:32

Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol!
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Richteren 2:7

Zolang Jozua leefde, had het volk de HEER gediend. Ook na zijn dood waren ze de HEER blijven dienen zolang de stammen werden aangevoerd door Jozua's leeftijdsgenoten, die getuige waren geweest van de grootse daden die de HEER voor Israël had verricht.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

2 Kronieken 24:17

Na de dood van Jojada kwamen de leiders van Juda de koning hulde betuigen. Vanaf die tijd luisterde de koning naar hen.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Psalmen 78:8

Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Jeremia 3:17

In die tijd zal men Jeruzalem “Troon van de HEER” noemen. Alle volken zullen er samenstromen, ze zullen op de naam van de HEER afkomen en zich niet meer laten leiden door hun koppig en boosaardig hart.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Jozua 24:31

Zolang Jozua leefde diende het volk de HEER. Ook na zijn dood bleven ze de HEER dienen zolang de stammen werden aangevoerd door Jozua's leeftijdsgenoten, die getuige waren geweest van de grootse daden die de HEER voor Israël had verricht.
Gerelateerd aan Richteren 2:19

Jeremia 23:17

Tegen hen die mij minachten durven ze te zeggen: “De HEER zegt dat het jullie goed zal gaan.” En tegen ieder die zich door zijn koppige hart laat leiden zeggen ze: “Nee, onheil blijft je bespaard.”